0
Nieuws

Er zit veel paradoxaals in aanbesteden

Nieuws 2 minuten 12 oktober 2020

Als universitair docent aan de TU Twente leert Hans Boes studenten alles over aanbesteden en contracten. Toch pleit hij voor afschaffing van het aanbesteden. “Aanbesteden is lastig. Er zit veel paradoxaals in.”

Voor zijn studenten civiele techniek lijken het niet de meest sexy vakken: uit- en aanbesteden en contractvorming. Luisterend naar Hans Boes komen die onderwerpen echter helemaal tot leven, omdat hij het niet bij de theorie alleen laat. Boes: “Als ik het slechts over de plussen en minnen van contractvormen zou hebben, wordt het erg stoffig. Ik probeer altijd aan te haken bij de praktijk, bij een lopend project. Hoe kun je daarin innovatie uitvragen? Hoe ontwikkel je een strategie voor een opgave en aan welke knoppen kun je dan draaien? Zorg dat je faciliteert in plaats van frustreert. Dat vinden studenten heel leuk.”

Doelmatigheid

‘Er zit veel paradoxaals in aanbesteden’. Boes houdt graag afstand van juridische aspecten en spreekt liever over doelmatigheid dan over rechtmatigheid. Hij is vooral op zoek naar verbinding en samenwerking. Boes: “Hoe gaan partijen elkaar niet als tegenstander zien, maar elkaar versterken? En nog belangrijker is: hoe bereiken we de maatschappelijke opgaves van de toekomst, van 2030 en 2050? We zullen op een heel andere manier moeten gaan aankijken tegen aanbesteden en hoe we opgaves in de markt gaan zetten. Als we de zaken echter blijven aanbesteden zoals we dat altijd hebben gedaan, gaan we de doelen voor 2030 niet redden.”
[...]

Boes pleit voor een heel andere manier van het realiseren van de bouwopgave en wil af van het huidige systeem van aanbesteden. “Aanbesteden is lastig en tegenstrijdig. Als samenwerken je doel is, denk je niet aan aanbesteden. Dan zoek je zelf naar een geschikte partner. Rond een aanbesteding ontstaat echter vaak de strijd over contractuele zekerheden, terwijl je eigenlijk juist ruimte wilt hebben. Er zit veel paradoxaals in.”

Heldere kaders

“Ik vind dat je het veel meer moet hebben over hoe de samenwerking wordt vormgegeven en pleit voor contracten waarbij we éérst de samenwerking organiseren. Het is dan niet de oplossing die centraal staat, maar het organiseren van het ontwerpproces. Pas daarna ga je samen besluiten, binnen heldere kaders die je van tevoren afspreekt, wat gegeven de doelstelling de beste oplossing is voor de opgave die er ligt.”