De Nederlandse fabrikanten hadden in juni opnieuw te maken met een stijgende vraag, waardoor zij hun productievolumes verhoogden.
De Nevi PMI® voor de Nederlandse productiesector is een samengestelde indicator die met één cijfer de stand van zaken in de productiesector weergeeft en is samengesteld op basis van indicatoren voor nieuwe orders, productieomvang, werkgelegenheid, levertijden en voorraad ingekochte materialen.
De PMI-hoofdindex daalde licht van 55.9 in mei naar 55.5 in juni, nog steeds het op een na hoogste cijfer in vier jaar. Alle componenten van de index, op de werkgelegenheid na, hadden een negatieve impact op het eindcijfer.
De forse stijging van het aantal nieuwe ontvangen orders was grotendeels verantwoordelijk voor het relatief hoge PMIcijfer. Sommige bedrijven maakten melding van nieuwe klanten en het opstarten van projecten, terwijl andere hun toegenomen verkoop toeschreven aan voorraadopbouw van klanten vanwege verstoring in de toeleveringsketens en prijsdruk als gevolg van de oorlog in het Midden-Oosten. De stijging was slechts iets kleiner dan in mei, toen het hoogste niveau in vier jaar werd bereikt. De groeivertraging vond plaats ondanks het feit dat de toename van het aantal nieuwe exportorders groter was dan in mei.
De laatste gegevens lieten een vergelijkbare trend zien van aanhoudende, maar minder grote groei van de productieomvang. Het grotere aantal nieuwe orders uit zowel binnen- als buitenland leidde ertoe dat de Nederlandse producenten hun productieomvang in aanzienlijke mate vergrootten. Op subsectorniveau was er bij de producenten van kapitaalgoederen sprake van de grootste groei, terwijl de producenten van consumptiegoederen de laagste toename van de drie onderzochte subsectoren noteerden.
In juni steeg de werkgelegenheid bij de Nederlandse industriële bedrijven voor de tweede achtereenvolgende maand. Deze banengroei was licht, maar wel het grootst in negen maanden. De panelleden gaven aan dat zij nieuw personeel hadden aangenomen om aan de vraag te voldoen en groeiplannen te ondersteunen, waarbij tevens melding werd gemaakt van een toename van de hoeveelheid onvoltooid of nog niet uitgevoerd werk. De stijging van de achterstanden was zelfs de grootste in vier jaar.
Bezorgdheid dat de verstoringen in de toeleveringsketens door het conflict in het Midden-Oosten zouden kunnen leiden tot problemen bij de inkoop van materialen, zette de bedrijven ertoe aan in juni hun voorraadniveaus te verhogen. De toename van de inkoopactiviteiten was de op een na grootste in vier jaar (na mei). De voorraad ingekochte materialen steeg daarbij in juni fors, al was deze stijging minder groot dan vorige maand doordat sommige bedrijven hun kosten probeerden te beheersen.
Voor de bedrijven die materialen inkochten waren de gemiddelde levertijden in juni opnieuw langer. De mate van verstoring van de toeleveringsketens, die grotendeels het gevolg was van de oorlog in het MiddenOosten, was minder groot dan in mei maar wel de op een na grootste in meer dan vier jaar.
De prijsgegevens lieten wederom zien dat het conflict in het Midden-Oosten de belangrijkste reden was voor de inflatiedruk met meldingen van hogere prijzen voor energie, grondstoffen en transport. Hoewel de inkoopprijsinflatie het laagst was sinds maart (de eerste maand na het uitbreken van de oorlog), bleef deze aanzienlijk. De prijzen die de Nederlandse productiebedrijven in rekening brachten voor hun goederen stegen daarbij in de grootste mate sinds oktober 2022, wat erop wijst dat een groter deel van de inkoopprijsstijgingen aan klanten werd doorberekend.
De bedrijven waren optimistisch over hun vooruitzichten dat de productie in de komende twaalf maanden zou stijgen. Dit optimisme werd ondersteund door meldingen over het op de markt brengen van nieuwe producten, capaciteitsuitbreidingen en de hoop op betere geopolitieke omstandigheden. Over het geheel genomen lag het ondernemersvertrouwen echter onder het langetermijngemiddelde.
Wil je een abonnement op de Nevi PMI? Lees meer