Albert Jan Swart
Sectoreconoom industrie
ABN AMRO
Lees het redactioneel commentaar van Albert Jan Swart, sectoreconoom industrie bij ABN AMRO over de Nevi Inkoopmanagersindex van juni 2026.
De Nevi Inkoopmanagersindex voor de Nederlandse industrie is licht gedaald, van 55,9 naar 55,5 over juni. Uit de nog altijd hoge score blijkt dat de industrie nog steeds snel groeit.
Binnenlands groeide het aantal nieuwe orders in een iets trager, maar nog steeds hoog tempo. De groei van het aantal nieuwe exportorders trok aan, voor de vierde maand op rij. Ook voerde de Nederlandse industrie de productie verder op. Desondanks konden veel ondernemingen de toegenomen vraag niet bijbenen, waardoor de orderportefeuilles groeiden.
Daarmee doet de Nederlandse industrie het beduidend beter dan in de ons omringende landen. De voorlopige inkoopmanagersindex voor de industrie in de eurozone van S&P Global kwam over juni slechts uit op 51,3, en duidt daarmee op een geringe verbetering van de omstandigheden. Inkoopmanagers in de Duitse industrie waren nog minder optimistisch, waardoor de voorlopige index daalde naar 50,0, wat niet duidt op een verslechtering, maar ook niet op een verbetering van de omstandigheden.
Het hamsteren van extra voorraden onderdelen en materialen is nog niet voorbij. Inkopers in de Nederlandse industrie kochten in juni opnieuw meer in dan in mei. De inkoopprijzen bleven stijgen, maar in een wat trager tempo. Het lijkt erop dat de industrie voorsorteert op een herstel van toeleveringsketens nu de Verenigde Staten en Iran vooruitgang lijken te hebben geboekt in hun besprekingen over een staakt-het-vuren en heropening van de Straat van Hormuz.
De industrie blijft wel voorzichtig en is wat betreft de productie in de komende twaalf maanden niet heel optimistisch gestemd. Toeleveringsketens zijn nog steeds ontregeld en ABN AMRO verwacht dat het nog maanden kan duren voordat deze weer redelijk functioneren. Wel beginnen prijzen te dalen, bijvoorbeeld van aluminium en nafta, en het is niet onwaarschijnlijk dat ook prijzen van kunststoffen de komende weken een daling inzetten. Inkopers moeten daarom voorzichtig zijn bij het hamsteren van nog meer extra voorraden. Zij lopen immers het risico deze extra voorraad tegen onnodig hoge prijzen in te kopen.
Ondanks de bedrukte stemming in de industrie, zijn er signalen dat de groei van de Nederlandse industrie niet alleen door hamstergedrag wordt gedreven. De eerder gesignaleerde sterk groeiende vraag naar chipmachines heeft waarschijnlijk de afgelopen maanden geleid tot een forse groei van de productie. Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat de kalendergecorrigeerde productie in april groeide met maar liefst 4,7 procent ten opzichte van dezelfde maand vorig jaar. Dat was vooral te danken aan de groei van de machine-industrie, die ten opzichte van vorig jaar 21,6 procent meer produceerde. De productie neemt al sinds vorige zomer toe, wat waarschijnlijk voor een belangrijk deel de stijging van de Nevi Inkoopmanagersindex sindsdien verklaart.
De Nederlandse cijfers staan in schril contrast met die van de Duitse machine-industrie, waarvan de productie in de eerste vier maanden van dit jaar met 2,6 procent daalde. De Duitse brancheorganisatie VDMA verwacht voor het hele jaar geen groei meer. Waar Nederland vanwege de aanwezigheid van een aantal grote chipmachinefabrikanten sterk profiteert van de snelle groei van de chipindustrie, gedreven door vooral Amerikaanse investeringen in datacenters voor AI-toepassingen, blijft de Duitse industrie achter door de kwakkelende auto-industrie en chemische industrie. De sluiting van de Straat van Hormuz was voor sommige chemische fabrieken een steuntje in de rug, maar als het staakt-het-vuren standhoudt en toeleveringsketens weer goed gaan functioneren, zullen de structurele problemen waar de Europese chemie mee kampt opnieuw op de voorgrond treden. De concurrentiepositie van de Europese chemische industrie staat al jaren onder druk, onder meer door strenge milieuregels en vooral door hoge energieprijzen.
Een ander risico voor de industrie is de oplopende rente. De korte rente is sinds de oorlog met Iran aan het stijgen, en in juni verhoogde de Europese Centrale Bank de beleidsrente. De Amerikaanse Federal Reserve overweegt om hetzelfde te doen. Op de kapitaalmarkt is de lange rente eveneens wat gestegen, waardoor de koersen van chipaandelen op sommige dagen flink dalen. Een hogere lange rente maakt de financiering van investeringen in AI-infrastructuur duurder, wat zogeheten groeiaandelen minder aantrekkelijk maakt voor beleggers. Sinds het begin van dit jaar zijn de koersen van chipaandelen wel sterk gestegen.
Mede dankzij de machine-industrie ligt de Nederlandse industrie nog steeds op koers voor een stevig herstel. ABN AMRO verwacht dit jaar een groei van 2,5 procent.