De prestatie van de Nederlandse productiesector was in mei het sterkst in bijna vier jaar. De instroom van nieuwe orders hield echter grotendeels verband met paniekaankopen van klanten door de verdere verslechtering van de omstandigheden in de toeleveringsketens en de toegenomen prijsdruk.
De Nevi PMI® voor de Nederlandse productiesector is een samengestelde indicator die met één cijfer de stand van zaken in de productiesector weergeeft en is samengesteld op basis van indicatoren voor nieuwe orders, productieomvang, werkgelegenheid, levertijden en voorraad ingekochte materialen.
De PMI-hoofdindex steeg van 54.4 in april naar 55.9 in mei – het hoogste cijfer in bijna vier jaar. Alle vijf PMI-componenten hadden een positieve invloed op dit cijfer, al werden de langere levertijden deels toegeschreven aan verstoringen in de toeleveringsketens.
De grotere vraag in de Nederlandse productiesector werd met name veroorzaakt door voorraadopbouw bij klanten als gevolg van verstoringen in de toeleveringsketens door de oorlog in het Midden-Oosten. De stijging van het aantal nieuwe orders was niet alleen fors, maar ook de grootste in meer dan vier jaar. Naar verluidt hadden sommige klanten hun orders eerder geplaatst om voorspelde prijsstijgingen voor te blijven.
Hoewel de buitenlandse vraag toenam, lag de stijging van het aantal nieuwe exportorders onder die van het totale aantal nieuwe orders.
De grotere instroom van nieuwe orders leidde in mei tot een grotere toename van de productieomvang, de grootste in ruim vier jaar.
De hoeveelheid onvoltooid of nog niet uitgevoerd werk steeg voor het eerst sinds begin 2023, zij het in beperkte mate. Dit wijst erop dat de productiebedrijven onvoldoende capaciteit hadden om de bestaande orders te verwerken. Tegelijkertijd werden de personeelsbestanden in vergelijkbare lichte mate uitgebreid, wat contrasteerde met de tendens van dalingen van de afgelopen twee maanden.
De bedrijven vergrootten hun inkoopactiviteiten tevens voor het aanleggen van buffervoorraden vanwege de aanhoudende verstoringen van de toeleveringsketens. Deze laatste stijging van de hoeveelheid ingekocht materiaal was fors en zelfs de grootste in vier jaar. De gemiddelde levertijden waren in mei wederom langer door de inspanningen van bedrijven om de voorraadniveaus te verhogen, in een periode waarin al sprake was van toegenomen verstoringen. De verslechtering van de prestatie van leveranciers was de grootste sinds mei 2022.
Ondanks de verlenging van de levertijden waren de bedrijven nog steeds in staat om hun materiaalvoorraad te vergroten in de grootste mate sinds september 2022. De voorraad gereed product daalde ondertussen en de bedrijven gaven aan dat zij deze voorraad waar nodig hadden aangesproken.
De kostendruk was in mei opnieuw hoger en de inkoopprijsinflatie bereikte het hoogste niveau in meer dan vier jaar. De belangrijkste reden voor deze laatste toename bleef de oorlog in het Midden-Oosten, wat bleek uit hogere prijzen voor een groot aantal producten (met name brandstof en oliegerelateerde materialen).
De prijsstelling van de bedrijven was iets agressiever dan in april. Er was sprake van een forse verhoging van de verkoopprijzen, de grootste in meer dan drieënhalf jaar, maar de gegevens lieten wederom een margeverlies zien omdat de bedrijven niet in staat waren de hogere kostendruk volledig door te berekenen aan klanten.
Ondanks de aanzienlijke problemen als gevolg van de oorlog in het Midden-Oosten, verbeterde het ondernemersvertrouwen voor de productieomvang in de komende twaalf maanden. Deze verwachtingen lagen net boven het historisch gemiddelde en het percentage optimisten was aanzienlijk groter dan het percentage pessimisten (respectievelijk 45% en 9%). Er waren aanwijzingen dat de producenten, ondanks de genoemde problemen zoals hoge prijzen, er nog steeds van uitgingen dat zij hun groeiambities konden waarmaken.
Wil je een abonnement op de Nevi PMI? Lees meer