De Nederlandse productiesector groeide in augustus opnieuw. Hoewel de productiestijging kleiner was dan vorige maand, bleef deze door het grotere aantal ontvangen nieuwe orders aanzienlijk.
Verstoringen als gevolg van de oorlog in het Midden-Oosten waren nog steeds van invloed op toeleveringsketens en prijzen, al was die invloed minder groot dan in juli. Het conflict zorgde er echter nog steeds voor dat de productiebedrijven hun veiligheidsvoorraden vergrootten.
De Nevi PMI® voor de Nederlandse productiesector is een samengestelde indicator die met één cijfer de stand van zaken in de productiesector weergeeft en is samengesteld op basis van indicatoren voor nieuwe orders, productieomvang, werkgelegenheid, levertijden en voorraad ingekochte materialen.
De PMI-hoofdindex daalde van 54.4 in juli naar 53.8 in augustus, het laagste cijfer in vijf maanden. Ondanks deze terugval wezen de resultaten nog steeds op een aanzienlijke verbetering van de bedrijfsomstandigheden. Vier van de vijf componenten van de hoofdindex leverden een positieve bijdrage en alleen de werkgelegenheid week af van deze tendens.
De productieomvang nam halverwege het derde kwartaal wederom in aanzienlijke mate toe en werd ondersteund door een verdere stijging van het aantal ontvangen nieuwe orders. De groei was in beide gevallen lager dan in juli, maar bleef historisch gezien hoog.
Van de drie onderzochte subsectoren noteerden de producenten van consumptiegoederen de grootste toenames van zowel de productieomvang als het aantal nieuwe orders.
De groei van het totale aantal nieuwe orders werd ondersteund door een forse stijging van de buitenlandse verkoop - de grootste in meer dan vier jaar. Met name de producenten van kapitaalgoederen maakten melding van een forse stijging van het aantal ontvangen nieuwe exportorders.
De verstoringen als gevolg van de oorlog in het Midden-Oosten en knelpunten in de toelevering zorgden opnieuw voor problemen bij de Nederlandse productiebedrijven. De gemiddelde levertijden waren wederom duidelijk langer en de panelleden maakten melding van tekorten en langere wachttijden voor vooral elektronische componenten.
Als gevolg van de verstoringen in de toeleveringsketens gaven de bedrijven opnieuw de voorkeur aan een grotere voorraad ingekochte materialen. Er was in augustus voor de vierde keer in vijf maanden sprake van grotere materiaalvoorraden en de toename deze maand was de grootste in bijna vier jaar. Dit werd ondersteund door een verdere forse uitbreiding van de inkoopactiviteiten, al was deze de kleinste sinds maart.
De oorlog in het Midden-Oosten zorgde opnieuw voor een grotere druk op de kosten, waardoor de gemiddelde operationele kosten in augustus wederom fors stegen. Er werd melding gemaakt van hogere kosten voor energie, olie, oliegerelateerde producten, transport en grondstoffen. Sommige bedrijven gaven aan dat tolheffing voor vrachtverkeer eveneens had bijgedragen aan de grotere kostendruk. Hoewel de in- en verkoopprijsinflatie hoog bleven, waren beide het laagst sinds februari.
De productiebedrijven bezuinigden op hun personeelsbestanden, maar dit verliep vaak via het niet vervangen van vrijwillig vertrekkend personeel. Dit was de eerste daling van de werkgelegenheid in vier maanden, al bleef deze beperkt.
Doordat de vraag groter was dan de productiecapaciteit, was er in augustus sprake van een lichte stijging van de hoeveelheid onvoltooid of nog niet uitgevoerd werk. Dit was de vierde maand op rij dat de bedrijven melding maakten van grotere achterstanden.
De Nederlandse producenten bleven in augustus positief over hun groeivooruitzichten voor de komende twaalf maanden. De bedrijven gingen over het algemeen uit van een verbetering van de vraag uit zowel binnen- als buitenland en verwachtten dat hogere uitgaven aan commerciële activiteiten de groeiambities zullen ondersteunen. Het ondernemersvertrouwen daalde echter ten opzichte van juli, toen het hoogste niveau in zeven maanden werd bereikt, en lag onder het langetermijngemiddelde.
Wil je een abonnement op de Nevi PMI? Lees meer