Nevi
Shopping cart 0
Blog

Dutch Manufacturing Downturn Eases in December

News 02 January 2025

The Dutch manufacturing sector ended the year in decline, with continued drops in new orders, output and employment. However, there were also signs that the downturn became less widespread, accompanied by improved expectations for the year ahead. Demand remained subdued, and firms continued to deliberately reduce their inventory levels.

Both the quantity of purchased materials and stocks of inputs fell sharply again this month, mirroring the declines seen in November. Meanwhile, output price inflation remained strong and changed little, while cost pressures stemming from raw materials and labour persisted and even intensified slightly.

The Nevi PMI® for the Dutch manufacturing sector is a composite indicator that summarises the state of the industry in a single figure. It is based on five components: new orders, output, employment, supplier delivery times and stocks of purchases.

The PMI rose from 46.6 in November to 48.6 in December. Although this still signals a further deterioration in business conditions, the downturn was mild and the smallest since July. All five sub‑indices contributed to the increase in the headline figure in December.

De Nederlandse productiebedrijven hadden in de laatste maand van het jaar te maken met een aanhoudende daling van het aantal ontvangen nieuwe orders, wat door de panelleden werd toegeschreven aan een algemene verslechtering van de marktomstandigheden. De daling was matig, maar wel de kleinste in vijf maanden. Er was bovendien in alle drie onderzochte subsectoren deze maand sprake van een minder grote daling van het aantal nieuwe orders. 

De verkoop aan buitenlandse klanten nam in december opnieuw af, al was deze afname minder groot dan vorige maand. De panelleden die een kleiner aantal nieuwe orders noteerden, maakten melding van een zwakke vraag uit landen in Noord-Europa en vooral uit Duitsland. 

De laatste gegevens lieten een verdere productiedaling zien bij de Nederlandse industriële bedrijven, wat voortvloeide uit het kleinere aantal ontvangen nieuwe orders. De daling in december was echter bescheiden en de kleinste in de huidige periode van krimp van zes maanden. 

Er waren nog steeds aanwijzingen dat er sprake was van overcapaciteit bij de Nederlandse productiebedrijven in december, met een forse daling van de achterstanden. Deze daling was echter de kleinste dit kwartaal. Als gevolg hiervan werden de personeelsbestanden voor de vijfde maand op rij verkleind, zij het in slechts geringe mate. 

Overeenkomstig de lagere productie-vereisten werden de inkoopactiviteiten in de laatste maand van dit jaar wederom verkleind. Dit ondersteunde tevens de plannen van de bedrijven voor voorraadreductie en de materiaalvoorraad was in december opnieuw kleiner. Deze daling was aanzienlijk, maar kleiner dan in november. 

De Nederlandse producenten maakten desondanks melding van langere levertijden in december. De panelleden gaven aan dat de leveranciers als gevolg van tekorten niet in staat waren hun orders op tijd te verwerken en af te leveren. Dit was de grootste verslechtering van de prestatie van leveranciers sinds juli. 

Op het prijsfront was er in december sprake van een aanhoudende stijging van de inkoopprijzen in de Nederlandse productiesector. De inflatie was het hoogst in vier maanden, maar bleef bescheiden. De panelleden gaven aan dat de belangrijkste reden voor de kostendruk de loon- en grondstofkosten waren. De verkoopprijzen werden in december in vergelijkbare mate verhoogd als vorige maand, omdat de bedrijven probeerden de hogere kostendruk door te berekenen aan hun klanten. 

Tot slot was het vertrouwen in de toekomstige productieomvang in december door de minder grote teruggang in Nederland het grootst in vijf maanden. Dit optimisme was gebaseerd op geplande investeringen, groeiambities van de bedrijven en een voorspelde stijging van het aantal nieuwe orders.

Product has been added
To productsummary Continue shopping