Verkoopprijzen stijgen flink: NEVI PMI® maart 57.8

03 April 2017

De NEVI PMI® daalde in maart van 58.3 naar 57.8. Dit wijst nog steeds op een sterke groei. De grondstofprijzen stegen flink, wat leidde tot de grootste stijging van de verkoopprijzen sinds juni 2011.

Het aantal nieuwe orders steeg in de grootste mate sinds december 2013. Naar aanleiding hiervan werd de productieomvang fors uitgebreid. Ook de personeelsbestanden werden uitgebreid. Desondanks steeg de hoeveelheid onvoltooid of nog niet uitgevoerd werk. De toegenomen druk op de leveranciers droeg bij aan de grootste verlenging van de levertijden sinds mei 2011.
De productiebedrijven breidden hun inkoopactiviteiten uit om aan de grotere productievereisten te kunnen voldoen. De voorraad ingekochte materialen steeg voor de zevende maand op rij, de langste periode van groei in bijna zes jaar.
Het optimisme van de respondenten over de vooruitzichten voor groei was het grootst sinds juli 2012 toen de vraag hierover voor het eerst werd gesteld.

Nieuwe orders index
De seizoensmatig aangepaste Nieuwe orders index steeg deze maand naar het hoogste niveau sinds december 2013, wat wijst op een forse toename van het aantal ontvangen nieuwe orders. Er zijn aanwijzingen dat de algemene verbetering van de bedrijfsomstandigheden had geleid tot de stijging van het aantal nieuwe orders.

Nieuwe export orders index
Er was in maart sprake van een sterke stijging van de buitenlandse vraag naar in Nederland geproduceerde artikelen. Dit was de negende maand op rij dat het aantal nieuwe export orders steeg. De stijging was iets kleiner dan in februari, maar bleef ruim boven het onderzoeksgemiddelde. De bedrijven koppelden het grotere aantal export orders aan de wereldwijde economische opleving.

Voorraad ingekochte materialen index
De toename van de voorraad ingekochte materialen was in maart minder groot dan de maand ervoor. Desondanks is er nu al zeven maanden op rij sprake van een grotere voorraad, de langste aaneengesloten periode in bijna zes jaar. De producenten van consumptiegoederen en halffabricaten maakten melding van een grotere voorraad, terwijl de producenten van investeringsgoederen een daling noteerden.

Lees het redactioneel commentaar van hoogleraar Van Weele