Hugo de Jonge (minister VWS): ‘Geen sprake van homogeniserende werking van inkoop op zorgaanbod’

07 November 2018

Bijna vier jaar geleden werd een aantal zorgtaken gedecentraliseerd naar gemeenten. Deal! maakte met Hugo de Jonge - minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en tevens viceminister-president - een tussenbalans op.

Deal! magazine interviewt Hugo de Jonge over decentraliseren van de zorgtaken

De doelstelling van deze ingrijpende decentralisatie was tweeledig: de zorgkosten verlagen en de zorgkwaliteit verhogen. Volgens De Jonge geven de Jeugdwet en de Wmo gemeenten ‘de optimale beleidsvrijheid om de middelen die beschikbaar zijn gekomen naar eigen inzicht in te zetten, passend bij de lokale omstandigheden en behoeften en de bredere maatschappelijke opgaven’. Hij ziet daardoor maatwerk ontstaan. 

Prijs is niet belangrijker dan kwaliteit

De Jonge: ‘Mijn beeld is zeker niet dat prijs belangrijker wordt gevonden dan kwaliteit. Gemeenten maken afgewogen keuzes waar prijs en kwaliteit onderdeel van uitmaken, net als continuïteit van zorg, het bieden van goede zorg en ondersteuning en efficiënte besteding van publieke middelen.’ Ook stelt hij vast dat steeds meer gemeenten, onder meer door de inkoop, de samenwerking bevorderen tussen aanbieders onderling en ook de samenwerking van aanbieders met andere maatschappelijke organisaties, zoals onderwijsinstellingen en huisartsenpraktijken.

Standaardisering en massa-inkoop

De Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving publiceerde vorig jaar de resultaten van onderzoek naar de gevolgen van de huidige wijze van zorginkoop voor de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg. Eén van de conclusies: ‘(…)Inkoop heeft via standaardisering en massa-inkoop een homogeniserende werking op het zorgaanbod en beperkt dus de pluriformiteit (…)’. 

Volgens de minister baseert De Raad zijn onderzoek op de eerste twee jaren van de decentralisatie. De Jonge: ‘We moeten daarbij in ons achterhoofd houden dat het eerste jaar een overgangsjaar was, waarbij gemeenten overwegend contracten sloten met bestaande zorgaanbieders voor het verlengen van de reeds ingezette zorgtrajecten. Er is wat mij betreft geen reden om aan te nemen dat sprake is van een homogeniserende werking van inkoop op het zorgaanbod’. 

Meerjarige partnerschappen met zorgaanbieders

De Raad heeft volgens de minister juist geconstateerd dat gemeenten zich richten op het verbeteren van de hulp en ondersteuning door meerjarig partnerschappen met zorgaanbieders af te sluiten. De Jonge: ‘Dat is belangrijk. Het voorkomt voortdurende concurrentie en geeft de zorgaanbieders rust en vertrouwen om te investeren in kwaliteit. Concurrentie is niet het hoogste doel in de zorg. De zorg is geen markt. Daarnaast wil ik graag opmerken dat de Raad in dit kader met de kwalificatie ‘klassiek aanbesteden’ doelt op een aanbestedingspraktijk waarbij steeds voor slechts één jaar wordt gecontracteerd.’ 

Goed opdrachtgeverschap

De Jonge vindt dat er meer moderne en innovatieve manieren van aanbesteden mogelijk zijn. Dat betekent niet alleen dat gemeenten binnen de regels van het aanbestedingsrecht gewoon meerjarige contracten kunnen sluiten, maar ook dat er veel mogelijkheden zijn om ook in de aanbestedingsprocedure in dialoog te blijven met de zorgaanbieders. Daarnaast wordt volgens de VWS-minister steeds beter onderkend dat inkoop van zorg niet alleen gaat over het sluiten van het beste contract, maar dat het gaat om goed opdrachtgeverschap. De Jonge: ‘Dat gaat ook over de keuze voor het passende bekostigingsmodel, de contractvorm, het leveranciersmanagement en de wijze waarop de toegang is vormgegeven.’

Het complete interview met VWS-minister Hugo de Jonge staat in Deal! van deze maandNog geen abonnement? Als je lid wordt van NEVI, dan zit Deal! erbij inbegrepen!