Het kritische punt van 50.0 begint akelig dichtbij te komen

01 Juli 2019

Buiten heersen er tropische omstandigheden, maar de PMI opleving van vorige maand was helaas nog niet de spreekwoordelijke zwaluw voor een mooie zomer. De NEVI PMI is namelijk verder gedaald, van 52.2 in mei naar 50.7 in juni. Daarmee begint het kritische punt van 50.0 akelig dichtbij te komen. Maar goed, er is nog steeds sprake van groei en dat is al circa zes jaar het geval. Het is in deze periode van een groeiende economie wel het laagste PMI cijfer.

Een nadere analyse van de PMI cijfers laat een wisselend beeld zien. Het minder positieve nieuws is dat het aantal nieuwe orders voor het eerst in zes jaar (licht) daalde en dat ondanks een stijging in de sub-sector consumptiegoederen en een stabilisatie in het aantal nieuwe exportorders. Bedrijven hebben hun productiepeil grotendeels op peil kunnen houden door het wegwerken van achterstanden. De daling van de hoeveelheid onvoltooid of nog niet uitgevoerd werk was de grootste sinds begin 2015.
Enigszins zorgelijk is verder de grootste daling van inkoopactiviteiten in zes jaar. De daling in juni komt voor een groot deel op het conto van de sub-sector halffabricaten. Vanuit ketenperspectief is dit zeker zorgelijk aangezien halffabricaten een belangrijke schakel vormen in mondiale ketens.
Positief nieuws is er te melden over de Toekomstige Productie PMI deelindex. Vorige maand was er nog sprake van een daling naar het laagste niveau sinds 2013. In juni was er voor het eerst in 5 maanden sprake van een opleving, een stijging met maar liefst 4.7 punten. Bedrijven hebben dus kennelijk weer een zonniger kijk op de productieomvang voor komend jaar. Factoren die genoemd worden ter verklaring van dit optimisme zijn nieuwe producten, grotere budgetten en, toch wel verrassend, een opleving van de export.

Bij dat laatste is mogelijk de wens de vader van de gedachte, de internationale PMI cijfers zijn nog steeds niet erg rooskleurig. De PMI van de Eurozone zit nog steeds ruim onder de 50 (47.7 in mei), met wel een lichte opleving voor Duitsland. Het Duitse cijfer van 45.4 in juni (ten opzichte van 44.3 in mei) is echter nog steeds ruim beneden de 50.0 grens. De PMI van een andere belangrijke exportmarkt voor het Nederlandse bedrijven, het Verenigd Koninkrijk, liet een scherpe daling zijn: van 53.1 in april naar 49.4 in mei. Ook in de VS daalt de PMI al een aantal maanden vrij scherp, maar bleef in mei met 50.5 nog wel net in de groeizone. Deze ontwikkelingen verklaren wel waarom NEVI PMI respondenten in juni melding maakten van een zwakke vraag uit Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en de VS.

Kortom, het blijven economisch gezien spannende tijden, met binnen de PMI dus positieve en minder rooskleurige ontwikkelingen. De zomer wordt qua nieuws vaak ‘komkommertijd’ genoemd, maar het blijft interessant en relevant om de PMI nationaal en internationaal te blijven volgen.

Lees ook de berichtgeving over de NEVI inkoopmanagersindex

Meer over de NEVI PMI