Wat betekent Nederlands circulaire ambitie voor inkopers?

Blog Karin Thomas

Ministers van Economische Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, en Wonen en Rijksdienst, en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu verkondigen het: Het is tijd voor de circulaire economie!
Met het op 14 september 2016 gelanceerde Rijksbrede programma Circulaire Economie: ‘Nederland circulair in 2050’ bevestigt de politiek waarop vooral het bedrijfsleven al een tijd ingezet heeft: de behoefte aan nieuwe verdienmodellen vanwege de steeds toenemende behoefte aan schaarse grondstoffen.

Concreet richt het programma zich op het efficiënt inzetten en optimaal hergebruiken van grondstoffen, en dat deze op duurzame wijze worden gewonnen. Wat betekent een focus op de reductie van het gebruik van primaire grondstoffen, met in 2030 zelfs een (tussen)doelstelling van 50%, voor inkopers?
Op het eerste gezicht lijkt een focus op “minder” de rol van de inkoper negatief te beïnvloeden. Dit is echter niet het geval. De rol van de inkoper wordt hierdoor waarschijnlijk zelfs juist belangrijker. Al zal die rol wel veranderen. Circulair denken vergt namelijk meer samenwerking en vooral ook creativiteit.

Bij het ontwerp van producten dient rekening gehouden te worden met de wijze van gebruik: koopt een consument het product nog daadwerkelijk, of wordt enkel betaald voor de dienst die het product levert? Het inmiddels bekende voorbeeld dat klanten niet meer investeren in lampen en het onderhoud, maar enkel nog betalen alleen voor het licht. Dit betekent een andere mindset voor een inkoper van verlichting.
Een andere belangrijke vraag bij circulair is: wat gebeurt er met het product na gebruik? In het geval van terugname ontstaan er nieuwe productstromen. Bij het ontwerp van producten dient al nagedacht te worden over mogelijk hergebruik of demontage. Komen producten na gebruik retour of kan een ander deze inkopen? Kortom: nieuwe ketens zorgen voor nieuwe inkoopstrategieën.

Lijkt circulaire economie vooral over milieuaspecten te gaan; in het overheidsplan worden nadrukkelijk ook sociale aspecten, zoals bijvoorbeeld de Sustainable Development Goals en IMVO-convenanten genoemd. Er wordt een verantwoordelijkheid bij producenten gelegd. Aantasting van milieu, leefomgeving en gezondheid dienen zoveel mogelijk te worden voorkomen. Het kabinet wil ook meer aandacht voor de maatschappelijke kosten tijdens en na, de levensduur van een in te kopen product. Deze zogenaamde Total Costs of Ownership (TCO) richten zich dus met directe en indirecte kosten ook op sociale aspecten.

Niet enkel sluit het programma Circulaire Economie aan bij internationale ambities. Concreet sluit het ook aan bij de richtlijn Sustainable Procurement (SP) ontwikkeld door 49 betrokken landen en internationale organisaties, voor inkopers. SP richtlijn ISO 20400 helpt inkopers milieu en sociale aspecten mee te nemen in het inkoopproces. Als je als producent verantwoordelijkheid krijgt over je keten, is het stellen van vragen, transparantie, essentieel. Met de richtlijn. Vanwege het mondiale draagvlak, wordt het stellen van vragen niet enkel algemeen erkend; het zal als een kenmerk van een professioneel inkoper gezien worden. De interesse in je leveranciers, het samen zoeken naar oplossingen of uitwerken van nieuwe ideeën, zullen relaties verder versterken. Het is duidelijk: voor inkopers van zowel publieke als private organisaties ligt een grote rol in het verwezenlijken van de circulaire ambities!

Ir. drs. Karin Thomas, ondernemer en oprichter/eigenaar van inspiratie-adviesbureau Thomas Consulting, helpt organisaties op strategisch niveau maatschappelijke ontwikkelingen te vertalen in concrete Business Development en Risk Management. Karin is lid van de normcommissie Sustainable Procurement en als onderzoeker verbonden aan Tilburg University.

Wil je op de hoogte blijven van de richtlijn of heb je vragen? Sluit je dan aan bij de Linkedin Groep ISO 20400 en/of volg ons op Twitter @ISO20400